Samenvatting uiteenzetting diëtiste Tessa Bosmans over juiste voedingsgewoontes.

Uiteenzetting van Mevrouw Tessa Bosmans, diëtiste in het UZ Leuven, op de contactdag van 12 okt. 2019

Mevrouw Bosmans vertelde uit het vuistje wat heel aangenaam is. Het is dus niet direct een zeer gestructureerde uiteenzetting. Ze antwoordde tussendoor ook op vragen die gesteld werden.

Inleiding:

Als het over de voeding van uw kind gaat, dan is dat een kwestie van goed nadenken en overwegen wat haalbaar is, om dan te beslissen hoe het zal worden aangepakt. De omgeving waarin het kind opgroeit en de opvoeding spelen hierin heel erg mee.

Nooit uit het oog verliezen: gezonde voeding gaat samen met regelmatig bewegen en dit al zo vroeg mogelijk.

Preventie of voorkomen is super belangrijk.

Slechte gewoontes afleren is heel moeilijk  dus is het van groot belang om vanaf de start, van kleins af aan, goeie gewoontes aan te leren en te behouden.

Uitzonderingen op feestjes en uitstapjes moeten duidelijk gemaakt worden als uitzondering. Je kind kan zeker eens meedoen met de rest maar dat moet wel begrensd worden en vooraf duidelijk besproken worden om zich dan ook aan de afspraken te houden.

Voeding is balans vinden. Het is gezond en gevarieerd eten  samen met voldoende bewegen.

Koolhydraten

Wat zijn koolhydraten? Koolhydraten zijn suikers. Er zijn snelle koolhydraten en trage koolhydraten.

Snelle koolhydraten zijn alle zoetigheden waar veel toegevoegde suiker in zit.  (koekjes, snoep, limonades, cola, gebak, …)

Trage koolhydraten zijn  brood, rijst, aardappelen, pasta, quinoa, bulger, couscous, …. Behalve aardappelen hebben we hier witte of bruine producten. Wit of bruin heeft evenveel calorieën maar hoe meer vezels hoe trager ze werken dus hoe donkerder hoe beter. Pistolets of sandwiches of koffiekoeken moeten een grote uitzondering blijven en er moeten hierover duidelijke afspraken gemaakt worden en de hoeveelheid moet beperkt blijven. Denk aan preventie!!! Niet te veel geven of te vaak gewoon maken. Afbakenen!!!

Bied vanaf de start grijs brood aan.

Drank

Om een gezond gewicht te behouden is het nodig om vaak en veel water, PUUR water,  te drinken. Als je puur water vanaf babytijd gewoon maakt is het op oudere leeftijd ook geen probleem. Er een smaakje of kleurtje aan toevoegen is geen goed idee.

Dus: vanaf de start puur water als drank. Goeie basissen aanbieden en daarin volhouden maakt het voor hen een gewoonte.

Wat komt er op het bord?

Geef je kind drie hoofdmaaltijden en 3 tussendoortjes.

Groenten en fruit aanbieden aan een baby’tje en volhouden is heel belangrijk. Soms beginnen met slechts een half koffielepeltje en geleidelijk de hoeveelheid verhogen doet hen gewoon worden aan de verschillende smaken.

Stel het geven van choco op de boterham zo lang mogelijk uit en laat het altijd een uitzondering blijven dat je vooraf met hen bespreekt en afbakent.

Naast koolhydraten zijn ook eiwitten belangrijk in de voeding.

Behoefte vlees/vis:

Kindjes van 1-1.5j: 30-50g

Vanaf 1.5j: 50-100g

Deze hoeveelheid evolueert progressief mee, afhankelijk van leeftijd en gewichtsevolutie en dient steeds mee te worden opgevolgd door een diëtiste

Platte kaas en yoghurt hebben even veel calorieën maar platte kaas is meer vullend waardoor er minder van gegeten kan worden. Platte kaas heeft dus de voorkeur , vermits dit het meest verzadigende effect heeft.  Wat melkproducten betreft, is het voornamelijk van belang dat de melkproducten bij voorkeur mager zijn (ev. halfvol, maar bij voorkeur mager) en geen toegevoegde suiker bevatten.

Een van de huidige voedingshypes is om koolhydraten te mijden, maar dat moet echt niet. Gevarieerd en gezond eten is het belangrijkste en de verhoudingen op het bord respecteren, is belangrijk . Neem eerder een kleiner bord (voor iedereen!!) dan een doorsnee bord voor warm eten, verdeel het in gedachten in vier. Eén vierde is voor het (liefst mager) vlees (vooral gevogelte) of de vis (35-100g), één vierde voor de koolhydraten (aardappelen, bruine rijst, bruine pasta… – 50-120g afhankelijk van van de leeftijd), en de helft van het bord is gevuld met groenten. Je kan ook de porties halveren en in twee keer geven. Groenten mogen altijd bij gegeven worden want die bevatten slechts heel weinig calorieën.

Eet zoveel als mogelijk plaatselijke groenten en fruit van het seizoen. Avocado is gezond maar zeer kcal rijk door het hoge vetgehalte; overdrijf er dus niet mee.

Pasta kan je aanvullen door courgetteslierten of door de slierten van een spaghettipompoen (vlees zijn draadjes, ziet er net uit als dunne spaghetti – is heel lekker) toe te voegen .

Het is ook heel goed om eerst een verse groentesoep te geven omwille van het verzadigend effect en dan de warme maaltijd aan te bieden, waardoor de portie warme maaltijd makkelijker beperkt kan blijven tot 1 gewone kinderportie.

Als er rijst op het menu staat, kan je deze aanvullen met bloemkoolrijst (vers te bereiden of te kopen in de grootwarenhuizen) of met andere groenten (bv wortel, prei, champignons, paprika, ui) zodat de hoeveelheid rijst beperkt kan blijven.

!! Alles wat in frituurvet gaat moet een zeer grote uitzondering blijven!

Zelfs al maak je je frietjes of chips zelf met een airfryer of in de microgolfoven, toch de porties begrenzen. Hier geldt opnieuw: bespreken en afspraken maken. Eens frietjes eten moet kunnen maar de hoeveelheid bespreken en afspreken.

Dat geldt ook voor het eten van snoep, taart of ander gebak: bespreken, afspreken! Als je eens te veel toelaat is de weg terug quasi onmogelijk of toch zeer moeilijk.

Een kind mag 800 à 1400 kcal per dag krijgen (afhankelijk van de leeftijd), niet meer! Werken met het stippenboek is een aanrader omdat je je kind erin kan betrekken en een visuele voorstelling kan geven van wat het per dag kan eten. Elke dag mogen er anderhalf tot twee rijen oranje stippen gebruikt worden; laat je kind mee kiezen en beslissen zodra het dat kan. Het werkt met groene stippen (goede cal.) en oranje stippen (minder goede cal.) Eén stip staat voor 25 kcal.

‘Naar een lichter en gezonder gewicht’ V.U. Jean-Pierre Frijns –  Auteurs Mieke Roelants, Kristel Vande Kerckhove en Veerle Govers. Het omvat een handleiding en een stippenboek. Is te verkrijgen in het UZ Leuven. Prijs: 21euro voor huidige boek, nieuwere versie binnenkort verkrijgbaar: 26euro

1 bruine boterham telt ongeveer 100 kcal.; 130g stokbrood telt 400 kcal.!; 1 pistolet telt 130 kcal. Je geeft dus uitzonderlijk beter een pistolet dan een stuk stokbrood aan je kind.

Wat melkproducten betreft, is het van belang dat ze mager zijn en geen toegevoegde suiker bevatten (vb Vitalinea –gamma, of andere merken waarvan hun producten 2×0% zijn (dus geen vet en geen suiker). Als je vanaf de start een gewone witte yoghurt aanbiedt, is je kind dat gewoon en vraagt het niet direct een yoghurt met fruit die direct meer cal. telt omdat die dan sowieso suiker bevat. Ter info: een magere, ongesuikerde yoghurt met fruitsmaak telt ongeveer 50 kcal en een magere fruityoghurt (waar gewone suiker in zit) telt 100-120 cal.

Het beleg op de boterham variëren: magere kaassoorten, magere platte kaas, magere en niet bewerkte vleessoorten, . Maak ook eens groentesmeersels: humus, guacamole, champignonsmeersel,…..

Wat brood betreft, zijn bruine, volkoren broden de gezondste omwille van hun hoeveelheid vezels die veel vitaminen en mineralen bezorgen en ook langer verzadigen.  Speltbrood is ook een zeer gezonde broodsoort, dus kan zeker ter afwisseling.

Wat tussendoortjes betreft, kan naast fruit, melkproducten, groenten, zeker ook af en toe ’s een rijstkoek, maïskoek, cracotte of beschuit gegeten worden. Deze suikerarme zaken genieten de voorkeur boven gesuikerde snacks.

Zoetstoffen

De ADI (aanvaarde dagelijkse inname) waarde van zoetstoffen moet zo laag mogelijk zijn. Stevia is voor kinderen een minder gezonde keuze. Wat zoetstoffen betreft, is de boodschap om deze sowieso te beperken.  Een goede en lekkere zoetstof is Tagatesse van Damhert (verkrijgbaar in bv Delhaize en Carrefour) maar ook hier is de boodschap beperken!

Light en zero frisdranken zijn vergelijkbaar qua samenstelling en bevatten beide zeer weinig tot geen kcal, maar dienen omwille van de gezondheid wel beperkt te worden. In het kader van een gezonde voeding horen deze er standaard niet in grote hoeveelheden bij. De zoetstof in deze dranken is niet zo goed. Dus niet mee overdrijven. De hoeveelheid glazen zo beperkt mogelijk houden (max 1 à 2 per dag – liefst als uitzondering aanbieden).

Suiker en suikerstropen, zoals o.a. ahornsiroop, honing, agavesiroop en kokosbloesemsuiker bevatten evengoed veel koolhydraten, zijn dus zeker niet kcal arm en dienen strikt beperkt te worden.

Wat sucanat betreft: afkorting van sugar cane natural. Is ongeraffineerd, gedroogd suikerrietsap. Bevat evenveel kcal als gewone suiker dus geen meerwaarde. ADI: geen, omwille van het feit dat het een natuurlijk product is.

Plantaardige melkproducten

Wat plantaardige melkproducten betreft, zijn sojaproducten volwaardig voor kinderen, andere plantaardige melksoorten (rijst-, haver-, kokos-,…) zijn zeker niet volwaardig voor kinderen. Alpro soya producten zijn oké (voldoende vit. b en calcium aanwezig), andere sojaproducten van bepaalde grootwarenhuizenmerken zijn zeker ook een goed alternatief. Voor een baby is plantaardige melk niet goed omdat de hoeveelheid eiwitten erg onvoldoende is. Baby’s en kleintjes tot drie jaar hebben voldoende vetten (omega 3) nodig voor de ontwikkeling van de oogjes en de hersenen. Zij mogen volle koemelk krijgen.

Maak er geen gewoonte van om vet op de boterham te smeren want zo creëer  je een gewoonte die je later moeilijk kunt afschaffen en eens ze drie zijn is het beter om geen boter of margarine op de boterham te smeren. Tot ze drie zijn kan je beter wat boter of andere vetten in de groentepap doen.

In sauzen niet teveel kokosmelk gebruiken, best wat aanlengen met gewone melk.  Kokosmelk is heel vet.

Samenvatting:

Altijd variëren.

Wat voeding en beweging betreft, is het zeer belangrijk om zo snel als mogelijk goede gewoontes te integreren.  Zo ontstaat er een routine en is dit voor kinderen later makkelijker vol te houden.

Vermijd vetten en suikers. Maak suiker niet gewoon als ze klein zijn, dan zullen ze er als ze ouder zijn ook niet zo gauw naar vragen. Leer ze dat het eten van zoetigheden een uitzondering is en blijft.

Een maaltijd bestaat best uit een soep gevolgd door een (kleiner dan een normaal) eetbord: zie de voorgestelde hoeveelheden eerder vermeld.

Grijs brood, bruine pasta, bruine rijst, enz…. gewoon maken en de portie beperken: aanvullen met groenten, soep. Magere, ongesuikerde melkproducten kunnen zeker

Drank: water, veel water liefst vóór de maaltijden. Een kind mag 0,5 l tot 1,5 l water (afh. van de leeftijd) per dag drinken. Drink weinig tijdens of direct na de maaltijd. Wat de keuze van het water betreft kan zowel plat water als bruiswater. Het water kan koud of op kamertemp gedronken worden. Als er last ondervonden wordt bij het drinken van koud water, dient dit ev. beperkt te worden.

Naast voeding is beweging even belangrijk. Wandelen/andere sporten ontstresst, is goed voor de bloedsomloop, houdt de gewrichten soepel en verstevigt de spieren.

Let er op dat je voor de voeding een evenwicht vindt met de andere kinderen. Het is het makkelijkst als iedereen hetzelfde eet.

Het stippendieet gebruik je best onder begeleiding van een diëtiste.

Wie vragen heeft mag altijd een mailtje sturen naar  tessa.bosmans@uzleuven.be

Enkele nuttige receptjes

  1. Een gezondere, calorie armere bechamelsaus: halfvolle melk, 1/5 bouillonblokje, p&z, wat muskaat noot, dikken met maïzena.
  2. Bloemkoolrijst is een goede koolhydraatarme vervanger voor witte rijst. Je maakt het door een krop bloemkool fijn te raspen. Je kan hiervoor ook een keukenmachine gebruiken. Je bereidt het door het kort op te bakken in wat vetstof. Een portie bloemkoolrijst is 150 gram. Hierin zit 7 gram koolhydraten.
  3. Een spaghettipompoen klaarmaken: snijd de pompoen in twee delen; haal er de zaden uit,; wrijf in met wat olijfolie;  p&z; verwarm de oven op 200°; leg de pompoenhelften met de pel naar boven op een ovenplaat; 35 min. in de oven en nu kan je de slierten er uit lepelen.
  4. Chips maken in de microgolfoven met de Mastrad chipsmaker : aardappel schillen en snijden met de meegegeven groentesnijder.  Spoel de schijfjes met water en dep ze droog.  Leg ze op de chipsplaten, kruid ze met wat zout en/of andere kruiden (kippenkruiden, bbq kruiden, paprika, curry) en zet ze in de microgolfoven.  Voor 2 platen op elkaar moet je 6 minuten rekenen aan 900 Watt. Droog en afgesloten bewaren (niet in de ijskast!).

Dat ene snoepje kan toch geen kwaad?

Download hier de infofiche.

Het stippendieet zie https://www.uzleuven.be/centrum-menselijke-erfelijkheid/boek-naar-een-lichter-en-gezonder-gewicht

Voeding Algemeen

Voeding

Algemeen..

De eeuwige honger is een van de grootste uitdagingen van het PWS. Hierbij komt nog dat mensen met het PWS een “zuinig motortje” hebben wat wil zeggen dat ze veel minder calorieën, soms 40 tot 50% minder, nodig hebben dan wat andere mensen nodig hebben. Als je daarbij nog beseft dat ze bovendien minder spierkracht hebben om calorieën te verbranden, snap je dat de uitdaging om op een goed gewicht te blijven een 24/24 opdracht is.

Het ideale dieet voor iemand met PWS bestaat niet. Het zal verschillen van persoon tot persoon en sterk afhangen van de familie en de omkadering. De meeste Europese PWS expertisecentra adviseren een vetarm en mager voedingsschema en uiteraard weinig suikers. Ander PWS experten adviseren een dieet met weinig koolhydraten en veel vetten. (low carb-high fat) Momenteel zijn er een aantal studies lopende rond deze verschillende voedingsadviezen.

Waar alle experten het wel over eens zijn, is dat men best een vaste structuur hanteert. Als je altijd honger hebt, geeft het duidelijkheid en zekerheid dat er eten zal zijn op de afgesproken momenten. Iemand met PWS moet zich dan niet verliezen in de twijfel over het tijdstip dat hij eten zal krijgen. Duidelijke afspraken rond tijdstippen en hoeveelheid eten nemen een stuk van de onduidelijkheid weg en voorkomen problemen. 

In het gewone dagelijkse leven kan een structuur goed worden ingebouwd. Bij “speciale gelegenheden” zoals tijdens feestdagen, verjaardagfeestjes,… moeten afzonderlijke en duidelijke afspraken gemaakt worden. Bij de ene persoon lukt dit al beter dan bij de andere. Op feestjes is het belangrijk dat iemand altijd een oogje in het zeil houdt.

Voedselcontrole is noodzakelijk voor zo goed als alle mensen met het PWS. Laat voedsel niet zichtbaar rondslingeren.

In 2011 verscheen de “Nutritional Phases in Prader-Willi Syndrome” De schrijvers van dit artikel verdeelden de evolutie onder in 4 hoofdfasen met enkele onderverdelingen. Door een vroege diagnose, een strikt voedingsschema en een duidelijke structuur worden de eetgewoontes geleidelijk aan als vanzelfsprekend ervaren.

Macintosh HD:Users:jandewit:Desktop:Schermafbeelding 2015-12-20 om 14.17.56.png

Per leeftijd:

DE ZUIGELING-BABY

Tijdens de eerste levensjaren veroorzaakt de hypotonie ernstige voedingsproblemen. De meeste zuigelingen vertonen zuig- en slikmoeilijkheden. Een gebrekkige coördinatie van slikken en ademhalen bemoeilijkt dit nog meer.

Voor zo goed als alle kindjes blijkt borstvoeding te moeilijk en kan afgekolfde moeder­melk in flesjes met aangepaste speen soelaas bieden. Krijgt het kind zo nog te weinig melk binnen, dan is een maagsonde nodig. Om de zuigreflex te stimuleren probeer je de baby toch zelf te doen drinken. Je vergemakkelijkt dit door extra aandacht te hebben voor de houding bij het drinken en door de kin te ondersteunen. Probeer de baby tijdens de voeding wakker te houden; het drinken is namelijk erg vermoeiend.

Desnoods kan je, naast de sondevoeding, een extra voeding inlassen.(bv. met de ‘Haberman Feeder’)

In de zuigelingperiode is geen bijzonder dieet nodig. Ondanks de goede zorgen vertoont de baby vaak een relatief ondergewicht. De typische belangstelling voor eten is nog niet aanwezig.

  • Stilaan verbetert de vaardigheid om te eten. Dat mag echter geen aanleiding zijn om extraatjes te geven om het ondergewicht zo snel mogelijk te laten verdwijnen.
  • De overgang naar vaste voeding gebeurt best in overleg met een arts en een diëtist. Wegens allerhande redenen kan die aanpassing langer duren of later doorgaan. Een vertraagd en/of onvolledig slikpatroon, onvoldoende tong­controle of te weinig spierkracht in de kaken en lippen kunnen redenen zijn om iets langer flesvoeding te blijven geven. Drinken uit een beker met drinktuit en oortjes is een goede coördinatieoefening.

PEUTERS EN KLEUTERS

Vanaf ongeveer drie jaar begint de interesse voor voeding opvallend toe te nemen. De samenstelling van de maaltijden en de grootte van de porties verdienen nu al je aandacht.

Als je structuur in het eetgebeuren brengt en allerhande praktische tips toepast vergroot je de kans op succes met het caloriearm dieet.

  • Kinderen van bij het begin het juiste eetgedrag aanleren is gemakkelijker dan fout gedrag op latere leeftijd af te leren.

De voedingsdriehoek, de voedingsmiddelentabel en het stippendieet helpen je bij de kennis van en het omgaan met voeding.

Diëtisten geven je professionele hulp om een dieet samen te stellen. Aandacht voor hun goede raad en handige tips helpen je zeker in het opvolgen van dat dieet. Je neemt best contact op met een centrum waar men ervaring heeft met het PWS.

Om de gezondheid van je kind te optimaliseren combineer je het dieet best met voldoende en regelmatige lichaamsbeweging. De weegschaal vertelt je wel (aan de hand van de BMI of Body Mass Index) of je het lichaamsgewicht in functie van de gestalte onder controle houdt.

  • Groeihormoon behandeling heeft een positieve invloed op de calorie inname.

JONGEREN EN VOLWASSENEN

Het naleven van het strikt dieet is een constante opgave want voedsel beheerst het leven van mensen met het PWS. Afhankelijk van hun mentale niveau kan je aan de hand van het stippendieet (zie verder) en met de hulp van beroepskrachten de basisprincipes van het dieet aanleren. In het beste geval bereikt de persoon met het PWS zo enige vorm van zelfcontrole.

GOED OM WETEN

Door je aan vaste afspraken te houden en informatie te geven streef je naar de zo noodzakelijke structuur en voorkom je urenlang zeuren. Een voorbeeld: voorzie drie hoofdmaaltijden aangevuld met gezonde tussendoortjes op vaste tijdstippen.

Gebruik eten nooit als chantagemiddel of als beloning.

Er bestaan ook andere manieren om met voeding bezig te zijn zonder te eten: het bekijken van en/of het lezen in kookboeken, kookprogramma’s volgen, collages maken met knipsels uit kooktijdschriften, enz. En waarom niet, als het kan, helpen bij het koken; onder de nodige controle uiteraard. Als heel het gezin solidair mee gezond eet, voorkom je probleemgedrag, kleef je niemand een etiket op en hoef je maar één menu klaar te maken.

Met het ouder worden zal je zoon of dochter steeds meer elders eten. Het is dus van groot belang om duidelijke afspraken te maken met de school, de instelling, de familie, de vrienden en uiteraard met de betrokkene zelf.

Om eten te bemachtigen zijn mensen met PWS zeer vindingrijk. Hun overredingskracht helpt hen daarbij. Laat nooit geld ongecontroleerd binnen hun handbereik. Je zal snel merken dat een consequente aanpak  rond voeding de enige manier is om discussies te beperken. De kans is groot dat je de toegang tot eten moet controleren, beperken of onmogelijk moet maken door de keuken, de voorraadkasten en de koelkast af te sluiten.

Het dieet mag echter niet beletten dat je kind deel kan nemen aan bijzondere activiteiten zoals vakantie, uitstappen en feestjes. Informeer je dus over de caloriewaarde van fris- en andere dranken, ijsjes, enz… Kies een restaurant waarvan je weet dat er gezonde gerechten op het menu staan.

Flexibiliteit is een sleutelbegrip om het levenslange strenge dieet vol te houden. Het eventuele beetje teveel aan calorieën kan op een leuke manier weggewerkt worden door bv. een wandeling of een fietstochtje. Lichaamsbeweging is trouwens een constante in de strijd tegen overgewicht.

TIPS

  • streef naar gezonde voeding, dat is een gouden regel.
  • voorzie maaltijden op vaste tijdstippen.
  • eet op een vaste plaats (niet voor de televisie, niet rondlopend tijdens de maaltijd).
  • tafel na aan een afgeruimde tafel.
  • betrek je kind bij de gesprekken om langer te genieten en samen te genieten van de maaltijd
  • let op dat je kind enkel zijn eigen bord leeg eet.
  • zet geen overbodige grote hoeveelheden eten op tafel.
  • een vol klein bord lijkt meer dan dezelfde hoeveelheid op een groot bord.
  • heb aandacht voor tafelmanieren (traag eten, voedsel in kleine stukken snijden, enz…).
  • vergroot het volume op het bord door middel van zeer caloriearm voedsel (bv met sla).
  • schenk aandacht aan de presentatie van de maaltijden.

DE HONGER ALS VOORTDURENDE BEGELEIDER

Het afwezige verzadigingsgevoel en de onvoorspelbaarheid van mensen met PWS maken dat mensen in hun omgeving soms hun grenzen bereiken. Toch is het zo dat wanneer de woonsituatie klopt, het dagelijkse leven tot ontspanning kan komen en zich nieuwe perspectieven kunnen openen. Dit is duidelijk te merken in de Martin Stiftung in Erlenbach.